Museum aan het Vrijthof
ZOEKEN
ENGLISH
CONTACT
De aanwezigheid van de omvangrijke collectie schilderijen en tekeningen van Rob Graafland is in de afgelopen vijftien jaar weliswaar de aanleiding geweest voor verschillende tentoonstellingen en publicaties over de Maastrichtse en in Maastricht werkzame kunstenaars uit de periode 1900-1940, maar zelf is Graafland na een eerste bescheiden tentoonstelling en monografie in 1988 nooit meer het onderwerp van onderzoek en expositie geweest.
In deze situatie gaan wij verandering brengen. Met het oog op de uitbreiding van het museum is nu niet exact aan tegeven wanneer het zal zijn, maar een van de eerste grote tentoonstellingen in het uitgebreide museum zal Rob Graafland tot onderwerp hebben. Net als de tentoonstelling over Henri Jonas in 2007/2008 zal deze tentoonstelling vergezeld gaan van een omvangrijke en goed gedocumenteerde monografie over deze kunstenaar, die voor zoveel jonge Maastrichtse kunstenaars de reden is geweest dat zij kozen voor het kunstenaarschap.

Omdat wij voor deze tentoonstelling en monografie een zo compleet mogelijk overzicht willen krijgen van zijn omvangrijke oeuvre, willen wij deze ‘pre-expositie’ aangrijpen om een oproep te doen aan al diegenen die werk van Rob Graafland in hun bezit hebben om zich te melden en ons foto’s en gegevens over het werk te doen toekomen.
Museum aan het Vrijthof heeft trouwens voldoende eigen werk om een goed overzicht te kunnen laten zien van de ontwikkeling van deze kunstenaar en dit werk heeft voldoende kwaliteit om de kunstenaar op waarde te leren schatten.

Rob Graafland (1875-1940)
Na afronding van zijn opleiding aan de Amsterdamse Rijksacademie voor Beeldende Kunsten, keerde Rob Graafland in 1898 terug naar zijn geboortestad Maastricht om docent 'natuurtekenen' te worden aan het nieuw opgerichte Stadsteekeninstituut. Omdat deze opleiding voor jonge ambachtslieden uitsluitend een technisch karakter had, richtte Graafland in 1902 de 'Zondagsschool voor Decoratieve Kunsten' op. Met zijn beste leerlingen trok hij op zondagmiddag naar de oeveres van de Maas, het Jekerdal of de Sint Pietersberg en leerde hij hen er schilderen naar de natuur.

Tussen 1908 en 1918 vond Graafland zelf weer aansluiting bij de artistieke ontwikkelingen in Amsterdam. Hij werd lid van de Larensche Kunstkring en de Kunstkring Sint Lucas, exposeerde regelmatig in de hoofdstad en maakte kennis met het door het Fauvisme geïnspireerde luminisme. Zijn kleurenpalet werd in deze jaren brutaler en de penseelstreek krachtiger en breder en eindelijk wist hij zich los te maken van de invloed van zijn traditionalistische schilderopleiding. Hoewel voor Graafland het schilderen van de waargenomen werkelijkheid de enige optie was, en hij zijn leerlingen deze weg wees, sloop rond 1917 in zijn eigen werk een symbolistische ondertoon. Toch situeerde hij zijn thema's als 'Young Love' aan de oevers van de Maas op de Sint Pietersberg en behielden zij in die zin hun binding met de waargenomen werkelijkheid.

Vanaf 1919 werd Graafland gekweld door depressies die hem het schilderen vrijwel onmogelijk maakten. In 1934 werd het dieptepunt bereikt en na een mislukte zelfmoordpoging werd opname in de psychiatrische kliniek in Vught onvermijdelijk. Na een jaar gedwongen opname werd Graafland ontslagen en vestigde hij zich samen met zijn echtgenote in Vught. Hier kreeg de schilderende jonkheer vele opdrachten van de lokale notabelen en schilderde hij tal van portretten (van communicantjes), naakten en danseressen. In dit late werk toont Graafland weliswaar zijn schildertalent, maar het vuur van weleer is er niet meer.

Op 28 april 1940 overleed Rob Graafland.
YouTube LinkedIn Twitter Facebook